Bijbels denkschema

Vele Bijbelse verhalen zijn opgebouwd naar het denkschema met vijf schakels:

GAVE     THORA    OVERTREDING     STRAF     VER-GEVING

Het tweede scheppingsverhaal zal je onmiddellijk herkennen:

God geeft de tuin met alle vruchtbomen aan de mensen te eten: GAVE.
Alleen van de boom van de kennis van goed en kwaad mag niet gegeten worden: THORA.
Eva plukt en eet van de boom en geeft aan Adam: OVERTREDING.
Als STRAF gaan hun de ogen open en merken ze dat ze naakt zijn.
God doodt hen niet maar geeft hen klederen en zorgt dat ze van de boom niet kunnen eten door het paradijs af te sluiten: VER-GEVING.

Interessant is dat de laatste schakel een superlatief is van gave en het originele van de Bijbel. In het Frans nog duidelijker: don en pardon.

Jammer genoeg worden we geïndoctrineerd om alleen tot aan de straf na te denken. Hoeveel nieuwsitems eindigen niet met een uitspraak van een proces: de straf. Alsof alles daarmee opgelost zou zijn. De meeste politiefeuilletons en -films zijn op vier schakels gebouwd.

Onlangs, in een uitzending over de identiteit van de katholieke school, werden de waarden aangeduid met als bron Jezus van Nazaret. Ik plaats dit antwoord even op de vijf schakels. De tweede schakel is de Thora met de 10 bevrijdende woorden op de Sinaï, die de kwetsbare domeinen in een gemeenschap moeten beschermen. Ook in een school zijn dat: het leven en het bezit, de seksualiteit en relatie en de taal en de waarheid. De beeldvorming wordt eveneens verboden. Zo bekomen we de waarden waarvan sprake: ge zult niet stelen, geen overspel plegen, geen leugens vertellen, niet vals getuigen, niet doden, niet het bezit van de andere begeren … Positief bekom je rechtvaardigheid, eerlijkheid, solidariteit. We raken daarmee niet aan het eigene van de Bijbel, namelijk de vijfde schakel: de vergeving.

Ik doe een poging om die vergeving onder verschillende vormen te actualiseren in een katholieke school:

  • Geen enkele leerkracht of directie zal een neus hebben waarin leerlingen weken, laat staan een gans jaar, kunnen zitten.
  • Op deliberaties zal minstens altijd één leerkracht het opnemen voor een besproken leerling (anders  slaat het zondebokmechanisme toe).
  • De onbetaalde rekeningen voor de schoolmaaltijden zullen soms kwijtgescholden worden.
  • In plaats van wraak zal gezocht worden naar geweldloze weerbaarheid in de omgang met leerlingen en collega’s.
  • Bij aanwerving zal gevraagd worden hoe de nieuwe leraar met conflicten zal omgaan.
  • Het zondebokmechanisme zal doorprikt worden en zo weinig mogelijk toegepast.

Deze morgen komt een meisje met een onbetaalde rekening voor ziekenhuisvervoer. De rekening is doorgegeven aan een gespecialiseerde firma uit Gentbrugge met een Latijnse naam: Iustus servabilis (!). Ze krijgt drie dagen tijd om te betalen en mag het bezoek verwachten van een externe medewerker, lees bodyguard, die wat druk zal uitoefenen. In zijn film Raining stones heeft Ken Loach die praktijk al gehekeld in een verschrikkelijk fragment.

Een katholiek ziekenhuis of rusthuis zou ik na het verdwijnen van de zusters willen herkennen aan hun omgang met facturen en het eisen van een voorschot. Bij opname wordt je siskaart gevraagd. Ik zie niet in waar een ziekenhuis dan nog het recht haalt om een voorschot te eisen. En vermits de facturen grotendeels door de sociale zekerheid betaald worden, zie ik niet in dat kleine achterstallige sommen – het ging om 67 euro – door externen opgeëist worden.

Vergeving en kwijtschelding van schulden zijn de meest typische kenmerken van een katholieke instelling. Verschillende auteurs zoals Lytta Basset en Monbourquette hebben het moeizame proces van een hartelijke vergeving beschreven. Typisch is dat vergeving ook de enig mogelijke bevrijding betekent uit je wrok, uit je woede tegen een ander.

In het Eerste Testament vinden we twee uitvoerige verzoeningsverhalen: Jacob en Esau en Jozef en zijn broers. De meeste psalmen, zeker de boetepsalmen, eindigen met de vergeving van de barmhartige God.

In het Tweede Testament beweegt Jezus zich in zijn optreden en onderricht praktisch voortdurend in de vijfde schakel van de vergeving. Vandaar zijn harde botsingen met farizeeën en Schriftgeleerden die bij de rechtvaardige God zweren, dus tot de vierde schakel. Na zo’n dispuut vertelt Jezus de overbekende parabel over de mens met twee zonen. De pointe van de parabel is de geboorte van twee, misschien drie mensen. Laten we de geboorte van de vader volgen. In het begin wordt hij mens genoemd met twee biologische kinderen. Een gekwetste mens, zoals elke volwassene. Die kwetsuren worden niet vernoemd. Maar waar is de moeder in dat gezin? Verongelukt, voortijdig gestorven, zelfdoding? Het verdriet hangt zoals in zovele gezinnen in de gordijnen. Bovendien lijdt hij zoals vele Vlaamse vaders in stilte, zonder veel woorden. Van de oudste horen we van zijn gierigheid: ‘Nooit hebt ge mij een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren.’ De jongste vertrekt en wenst zijn vader beleefd dood: ‘Geef me de helft van de erfenis waar ik recht op heb.’ De mens haalt zijn bankkaart uit. Was het wel geld dat de jongste vroeg? Of een hartelijk gesprek tussen mannen? De breuk is er.

Nu pas wordt de mens vader. Want mens ben je niet, je kan het WORDEN. Vader of moeder, zoon of dochter, ben je niet, je kan het worden.

De mens wordt vader door drie initiatieven.

  • Vanaf de eerste dag van de breuk gaat hij naar buiten op de uitkijk, hij zoekt met zijn ogen de horizon af. Hoelang blijft de jongste weg? Drie jaar of zes maanden? Elke dag verlaat de vader het huis om te wachten.
  • Ten tweede breekt hij de schuldbelijdenis van de jongste af want schuldgevoel trekt een mistgordijn op om niet in de kwetsuur zelf te staan. De diepste kwetsuur van de jongen is zijn uitstoting tot bij de varkens. Voor een jood kan je niet dieper vallen.
  • De vader wordt vader door zijn creatief mede-lijden: hij vindt een antwoord op de uitstoting: een feest organiseren. Want wij voelen ons het diepst uitgesloten als we niet uitgenodigd worden op een feest. Omgekeerd voelen we ons betrokken, meegeteld als we een uitnodiging ontvangen. De vader trekt een mooi gewaad rond het blote lijf van zijn zoon, een ring die naar iemand verwijst, sandalen onder zijn voeten. Hij laat het gemeste kalf slachten, een groot kapitaal, die de oudste zo kwaad maakt, en muziek en dans. Zijn argument: mijn zoon was verloren en dood.

De parabel vertelt de geboorte van een biologische mens tot vader. Vergeving wordt uitgebeeld in daden. Ooit zei iemand dat de taal het wonder van de verzoening en de vergeving bedreigt en in gevaar brengt. De vader zegt niet veel maar handelt.

(23 september 2007)

2 Antwoorden aan “Bijbels denkschema”

  1. Kome wat komt, maar laat het om Jou zijn
    dat wij het uithouden en niet om niemand
    dat wij de beker drinken tot de bodem
    dat wij dit leven ‘leven’ tot de dood…

  2. Heb het voorrecht gehad Patrick als docent en collega meegemaakt te hebben. Hij vormde mijn denken en ik deel dit graag met jullie. (Isabel Baert)

    Enkele gedachten rond schuldGEVOELen schuldGELOOF:

    Het GEVOEL dat je verkeerd deed en jezelf niet kunnen vergeven, kan je verlammen. Het doet je ver-vreemden van God, anderen en jezelf. Je bent niet langer meer bezig met het diepere in jezelf, de positieve krachten van het leven. Je sluit je er eigenlijk van af. Daardoor kan je jezelf opsluiten in je verdriet en de relatie met anderen weigeren = lijden koesteren. Zo geraak je niet verder in de positieve stroom van het leven. Je zit vast. Je voelt je enkel SLACHTOFFER.

    Maar het schuldgevoel is COMPLEXER dan jezelf schuldig voelen. Het is eigenlijk vaak ook leven met een constant gevoel van onzekerheid tegenover de andere die jou kwetst. Je leeft eigenlijk voortdurend met de vragen: ‘Ligt het toch niet aan mij? Had ik het niet nog eens moeten proberen.’ ‘Je menselijkheid’ haalt steeds de bovenhand, omdat je de andere eigenlijk niet wil kwetsen. Het is een gevoel van TOTALE ONMACHT tegenover de andere die ook jou uitsluit. Maar je overlevingsinstinct gaat in tegen dat schuldgevoel en een andere stem in jezelf zegt je: ‘Ik kan toch niet anders dan mezelf beschermen.’ Daarom moet je jezelf de vraag stellen: ‘Ben ik echt verantwoordelijk voor dit kwaad?’ Was ik echt schuldig? Door in communicatie te treden met anderen en je diepe pijn te verwoorden, krijg je hier misschien een antwoord op en kan je komen tot een OPRECHT SCHULDGELOOF, waardoor je klaarder ziet in waar je nu echt tekort schoot. Daarvoor moet je eerst afdalen in je eigen pijn en je pijn voor jezelf verwoorden.

    Omdat schuldgevoel zo verlamt en kapot maakt, heeft Jezus al zijn tijd en energie gegeven om de mensen los te maken van hun schuldgevoel: het persoonlijk schuldgevoel en het aangeprate door anderen.

    DE VADER en zijn ONVOORWAARDELIJK ONTHAAL

    De vader biedt de zoon een ONVOORWAARDELIJK ONTHAAL, niet met woorden, wel met een knuffel en een kus, net datgene waar we in deze Corona-tijden van afgesneden zijn.

    De zoon blijft niet steken in zijn schuldgevoel en vindt de innerlijke kracht terug te keren. Hij spreekt zijn vader aan en verwoordt zijn schuldgevoel. Maar de vader verhindert dat hij zichzelf beschuldigt. Hij loopt op de zoon af, opent de armen, omhelst hem, kust hem. Voor het eerst voelt de vader zijn zoon ook letterlijk aan. Nergens staat het woord vergeving. Vergeving kan de vader niet schelen. Het is een ONVOORWAARDELIJK onthaal. Voor de vader is het enige belangrijke dat de zoon terugkeert en opnieuw de relatie met hem aanknoopt.
    Zo is het ook met God: het belangrijkste is naar God terugkeren, de relatie terug aanknopen en dan loopt God in onze richting: Hij opent de armen en omhelst ons. Hij onthaalt ons onvoorwaardelijk.

    En toch was de AFSTAND blijkbaar nodig om zijn zoon ANDERS te kunnen zien, om de breuk te herstellen. Zo ook voor de zoon om zijn vader ANDERS te zien.

    Genegen groet, Isabel, voor de vrienden, Isa.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.