Contrastgemeenschap

In De Lier zijn wij een cyclus van vier vieringen over de Bergrede begonnen in de veertigdagen-tijd. Dank zij het leerhuis onder leiding van Paul Thoen en de voorbereidende teksten van Alex Kinnet lagen de thematische keuzes voor de hand. Maar op het onverwacht valt mijn oog op een boekje van Gerhard Lohfink: Wem gilt die Bergpredigt?[1]

Geef toe zeer toepasselijk wanneer de tekst van Matteüs in gemeenschap gelezen wordt. En de gestelde vraag van de exegeet: voor wie is de bergrede bedoeld? wordt beantwoord: de bergrede veronderstelt een contrastgemeenschap om juist te klinken, in de goede akoestiek. En meteen klinkt de vraag over welke gemeenschappen onze nieuwe bisschop, grote lezer van Lohfink, het heeft. Ik wil in deze bijdrage de vraag toepassen op De Lier: is De Lier een contrastsgemeenschap of beter: wordt De Lier stilaan een contrastgemeenschap?

Ik wil beginnen met een sterk citaat over de bestaande toestand in de westerse Kerk, in de wetenschap dat Gerahard Lohfink in München een gelijkaardige gemeenschap als De Lier en De Brug opbouwt. Hij schrijft:

‘De opvordering tot geweldloze weerbaarheid kan men niet begrijpen zonder acht te slaan op de toehoorders aan wie die oproep gericht is. De aangesprokenen zijn Israël, dat te verzamelen godsvolk, de nieuwe familie van Jezus, wat wij nu de kerk noemen.

Zo is aan de kerk, aan onze gemeenschap een ongehoorde oproep gericht. We zouden onszelf voorliegen indien we denken dat onze gemeenschappen nu zo zijn: een levensruimte van geloven, waar men broederlijk en zusterlijk met elkaar omgaat; waar men zijn rechten niet doorzet, waar geen heerserstructuur en geen geweld is. De kerkelijke relevantie van de uitnodiging van Jezus tot geweldloze weerbaarheid moet duidelijk geworden zijn. Alleen deze opvordering dwingt ons steeds opnieuw de concrete verschijning van de kerk en de concrete verschijning van onze gemeenschap in vraag te stellen.’[2]

Kunnen we zeggen dat De Lier stilaan een contrastgemeenschap is?

Michel Serres schrijft:

« La sagesse et peut-être la philosophie doivent, ainsi, se définir comme l’ensemble des conseils et des conduites pratiques dont l’effet permet de résister à l’entrainement mimétique. Pour éviter les maux certains de la jalousie et du crime, certains ont préféré se retirer des travaux ou effets bénéfiques de la production et de la communication, donc du débat. »

(vert.) ‘De wijsheid en misschien de wijsbegeerte moeten, aldus, bepaald worden als het geheel van raadgevingen en praktische regels die toelaten aan de mimetische aantrekking te weerstaan. Om de zekere kwalen van de na-ijver en de misdaad te vermijden, kiezen sommigen om zich uit de werken of weldadige gevolgen van de productie en van de communicatie terug te trekken, dus uit het debat.’[3]

Tot die wijsheid behoort zeker ook de Bergrede. Paul Thoen heeft dus gelijk de tekst van de Bergrede te lezen als een manier om aan de mimetische zuigkracht van de samenleving te ontsnappen.

We lezen een fragment uit de Bergrede:

Als je een aalmoes geeft-bidt-vast …
Doe het niet voor het oog van de mensen
Maar doe het in het verborgene

In ons dagelijks handelen is er een voortdurende keuze: Waar zoek ik mijn bevestiging, mijn identiteit? Voor het oog van de mensen of in het verborgene, voor God? En bepaalde situaties zijn bijzonder kwetsbaar: neem nu de keuze van geschenken voor een geboorte, een vormsel, een huwelijk, Sinterklaas? Wat zal ik vragen? Wat zet ik op mijn cadeaulijst?

Kwetsbaar omdat mimetische klemmen opduiken. Een klem zoals om wolven, vossen, hazen te vangen of ratten met een val.

‘Mama, alle kinderen krijgen een gsm voor hun plechtige communie, waarom ik niet?’ Wij volwassenen spreken dat meestal niet luid uit maar denken wel hetzelfde: ‘Hoeveel zou mijn collega verdienen? Hoe slaagt hij erin om zijn belastingen te ontduiken? Waar haalt hij het geld om met zo’n wagen te rijden?’

Onze begeertes worden door de nabootsing geklemd, die kan leiden tot na-ijver, jaloezie. Onder invloed van de ontelbare kookprogramma’s op televisie werden veel meer eiland-keukens verkocht dan vroeger op Batibouw. Hoe zou dat komen? Welke andere verklaring dan door nabootsing?

Jezus haalt zijn voorbeelden uit de religieuze sfeer. Zoals men vroeger zei dat de meeste mensen naar de mis gingen om gezien te worden met een nieuwe hoed, nieuwe sacoche. Nog altijd is aalmoezen geven onderhevig aan het gezien worden door mensen. Denk aan het glazen huis of uitzendingen zoals Kom op tegen kanker. Ze worden door de mensen gezien en hebben aldus hun beloning ontvangen, zegt Jezus.

Mimetische klemmen of een mijnenveld, je zou je er voorzichtig moeten in bewegen, wantrouwig, op je hoede.

Jezus nodigt uit even voorzichtig te zijn bij het betreden van de supermarkt, bij het aansteken van de televisie, bij het geven van geschenken, bij het gaan naar een fuif. Wees op je hoede voor mimetische klemmen: ‘Heb je gehoord welke verre reis zij elk jaar ondernemen? Is het je opgevallen welke mooie resultaten hun kinderen aan de universiteit halen?’, klinkt het in de auto na het feest.

Jezus beoordeelt deze nabootsing niet als goed of slecht. Hij biedt een andere manier van handelen, van in het leven staan: ‘in het verborgene’, bevrijd van mimetische klemmen, buiten een mijnenveld. Bereid je lessen voor of repeteer je muziek in het verborgene, laat je koopgedrag enkel door je echte noden bepalen en vergelijk die noden met die van mensen uit de ontwikkelingslanden.

En je hemelse vader, die in het verborgene ziet, zal het je vergelden, belonen. Dus toch een commerciële relatie met God!?

Neen, die beloning ervaar je nu, vandaag: i.p.v. afhankelijk van de waardering van de mensen (wat doe je dat goed!) alleen verantwoording schuldig aan de God-bevrijder, die wil dat je een verantwoordelijk en vrij mens wordt.

Loskomen van mimetische klemmen kan allen in een gemeenschap, in een contrastgemeenschap. Een gemeenschap waar onze pubers, in tegenstelling met de groepsdruk op school, kunnen vertellen dat ze drugs geweigerd hebben, dat ze chocoladeverslaving 40 dagen willen tegengaan, waar volwassenen hun alcoholverslaving kunnen bestrijden.

Kortom, een gemeenschap waar het vertrouwen in elkaar zo intens wordt, dat onze manier van in het leven staan niet door nabootsing maar door de navolging van Jezus bepaald wordt. En de beloning is de bevrijding uit het slavenhuis, het oord van de ver-slavingen.

Psalm 76[4] zegt het zo:

Leer elkaar bevrijden
Ik schiep een weg van woorden
die te verstaan en te doen zijn
brood en recht voor de armen
voor de dorstenden water.
Ik sprak ze in alle talen,
Ze staan aan de hemel geschreven:
Vriendschap, ontferming en trouw.
Ik denk dat ze kunnen. Ik wacht.

Een contrastgemeenschap reageert tegen een zieke, doodzieke samenleving, waar mensen geen andere bevestiging vinden dan door opbod van het materiële.

(11 maart 2012)


[1] Gerhard Lohfink, Wem gilt die Bergpredigt? Herderbücherei, 1 777, 1988.

[2] Op. cit., p. 58.

[3] Michel Serres, Les origines de la géométrie. Flammarion, p.166.

[4] Huub Oosterhuis, 150 psalmen vrij. Ten Have, 2011.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.