Toespraak Dennis Lenders op de boekvoorstelling

Beste mensen, goedemorgen.

Stem als een zee van mensen
om mij door mij heen.
Stem van die drenkeling,
van dat stuk wrakhout,
dat een mens blijkt als hij mij aankijkt.

In de eerste strofe van dit lied van Oosterhuis weerklinkt een stem, maar in tegenstelling tot wat je zou verwachten in een expliciet Bijbelse context, komt die stem niet van God-in-den-hoge. Het is een kwetsbare mensenstem die opstijgt uit de aarde. Het is de ‘stem van die drenkeling, van dat stuk wrakhout’. Wrakhout, dat is niet zomaar een stuk hout, maar een compleet ontredderd en stukgeslagen hoopje ellende. Maar wanneer hij mij aankijkt, voel ik diep vanbinnen de verwantschap: een mens van vlees en bloed, vragen, zoekend, smekend. De stem is wat ik eerst hoor. En die gaat door merg en been. De stem neemt initiatief. Misschien had ik ze liever niet gehoord, maar ze is er en weerklinkt luid en duidelijk. De stem is bijna verdronken, maar toch word ik erdoor overspoeld.

De filosoof die deze situatie als uitgangspunt neemt, is Levinas. De ander die mij aankijkt, maakt mij verantwoordelijk en wekt mijn geweten. Wil je graag ondergedompeld worden in het denken van deze Frans-joodse filosoof, dan vind je op pagina 209 een bezielde en doordachte inleiding, geschreven door medeauteur Geert Van Coillie, die naast Levinas nog acht andere denkers verkent, telkens vanuit de inzichten die Patrick zelf naliet in zijn wekelijkse bijdragen. Hoe deze bijdragen tot stand kwamen en vanuit welke inspiratiebronnen ze gaandeweg gestalte kregen, dat wordt dan weer helder beschreven door Paul Thoen.

De tweede strofe:

Stem die mij roept: wie ben je,
mens waar is je broer?
Stem die mijn vliezen breekt en mij bevrijdt,
die vuur uit steen slaat,
jij die mij ik maakt.

We horen niet zomaar een stem. De stem raakt ons diep vanbinnen. We voelen het tot in onze ingewanden, zo zegt de joodse Bijbel. We worden lichamelijk geraakt door de ander die onverwacht ons pad kruist. Als mens hebben we de keus: lopen we in een grote bocht om hem of haar heen, of houden we halt en durven we ons over hem ontfermen? Dit doet onmiddellijk denken aan de parabel van de barmhartige Samaritaan, maar zo mag ik dat eigenlijk niet zeggen, want op pagina 85 legt Marc Lemiengre in navolging van Patrick uit waarom parabels geen titel mogen krijgen.

De openheid naar de ander bepaalt de mate van broederlijkheid tussen mensen. In mijn eigen bijdrage, over René Girard, laat ik zien waarom mensen elkaar zo moeilijk als broeders en zusters zien en waarom wij zo gemakkelijk rivalen worden en het geweld altijd op de loer ligt. Geweld was één van Patricks meest geliefkoosde onderwerpen. Liever dan lange uiteenzettingen maakte hij gebruik van een gesprek of indien mogelijk een film om het geweld en de bijhorende kwetsuren bespreekbaar te maken. Over film gesproken. Annemie Schreel en Geert Delbeke selecteerden en redigeerden een aantal beklijvende filmbesprekingen van Patrick. Welke films dat zijn moet u zelf ontdekken.

Stem die geen naam heeft, nog niet,
mensen zonder stem.
Stem als een specht die klopt aan mijn gehoorbeen.
Woord aanhoudt.
God die mij vasthoudt.

De stem heeft geen naam, nog niet. Het is de stem van mensen zonder stem. Maar toch weerklinkt die luid en duidelijk, als een specht die klopt aan mijn gehoorbeen. Het is de stem van mijn geweten, de stem die mij roept in de verhalen van de Schrift, van de Bijbel, van het Woord dat aanhoudt, dat aanhoudelijk aandringt om gehoord te worden en dat verlangt dat ik me er aan houd. Het is het Woord dat voor veel mensen elke zondag weerklinkt in hetzelfde soort gebouw als waar wij ons nu bevinden. Maar in het beste geval horen we het niet enkel hier, maar overal waar twee of meer mensen samen zijn. Dat Woord is de God die mij vasthoudt. Dat mij oproept om recht te doen, aan de minsten, aan de meest kanslozen.

Voor Patrick was zo’n levende gemeenschap misschien wel de belangrijkste inzet. Patrick hield enorm van studeren, maar zijn ware ‘missie’ betrof zijn medemens. De intense bezieling en het vertrouwen waarmee Patrick zich inliet met mensen die zijn pad kruisten, wordt beschreven in de tekst van Koen Dekorte en komt op een heel persoonlijke manier tot leven in drie getuigenissen – helemaal achteraan in het boek – van mensen die Patrick van nabij hebben gekend. Samen met anderen de moeizame weg van vrede en verzoening bewandelen, zo gaf Patrick vorm aan zijn geloof en zijn priesterschap. Veel meer dan in de verheven sacraliteit van een torenhoog kerkgebouw kwam Patrick God op het spoor in het kwetsbare gelaat van de Ander, van de kwetsbare mens uit de rafelrand van de samenleving. Daar, in die ontmoeting, luisterde hij het liefst naar de Stem die hem riep, naar de Stem die ons allemaal roept, de Stem die mij roept.

Dennis Lenders

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.