De tuin van Eden (Marc Lemiengre)

In de Bremstruik komen we sinds enkele maanden wekelijks met een groepje samen in wat we ‘bronmomenten’ noemen. De ‘kerk’ had ons verboden om nog samen te komen rond brood en wijn. We waren dus verplicht op zoek te gaan naar een andere vormen van liturgie omdat we als kleine gemeenschap eigenlijk wilden blijven bestaan. Het is dus een broos experiment, dat iets wegheeft van het filmfragment uit de film van Tarkovski (cf. begrafenis van Patrick), waar een brandend kaarsstompje naar de overkant moet worden gedragen en bij herhaling uitgeblazen wordt door de stormen van het leven, maar waarbij telkens teruggegaan wordt naar de bron vanwaaruit opnieuw inspiratie ontstaat, waardoor het opnieuw kan oplichten.

Voor de vasten hadden we met een kleine groep de encycliek Laudato Si’ van paus Franciscus gelezen en vanuit deze inspiratie de bronmomenten van de vasten opgebouwd. Dit was in het pre-Covid19-tijdperk. We zouden tijdens de vasten ons bevragen over de manier waarop we met de Aarde omgaan.

Met zweet in je neusgaten zul je je brood eten, totdat je terugkeert naar de bloedrode grond, want uit haar ben je gekomen, ja stof ben je en tot stof keer je terug! (Gn 3,19)

Kunnen we de manier waarop we met de Aarde omgaan, met het land, de lucht, het water, de oceanen en alles wat erop of erin leeft nog langer volhouden? De Aarde heeft de menselijke activiteit gedurende eeuwen kunnen dragen en verdragen zonder daar enige last van te hebben. Nu is de last van de roofbouw door de mens en vooral door het ongebreideld opstoken van koolstofverbindingen de Aarde teveel geworden. De Aarde reageert met een klimaatverandering die onomkeerbaar lijkt te zijn en waar de armste mensen door overstromingen, verwoestijning, ontbossing en misoogsten het grootste slachtoffer van zijn. Voor niemand op aarde is er immers een planeet B.

Covid19 heeft ons op een wrede (13 pagina’s overlijdensberichten in het Belang van Limburg, de tot nog toe onbekend aantal slachtoffers in de RVT’s en de residentiële chronische psychiatrie) manier geconfronteerd met de gevolgen van de ‘globalisering’ door ons te verplichten juist het omgekeerde te doen van waarmee we bezig waren. Thuis blijven en vertragen.

Hoe kunnen we verder? Hoe gaan we om met deze ethische contrastervaring? Hoe kunnen we als christenen hiermee omgaan? Misschien kunnen we beginnen met het herlezen van de Bijbelse scheppingsverhalen. Als spiegel gebruiken we de toespraak van het opperhoofd Seattle tot de Amerikaanse president als scherpe analyse van het christelijk wereldbeeld waarmee de Europese kolonisten zich aandienden op het Noord-Amerikaanse continent. De integrale tekst vind je vlot terug op het internet. Van zijn stam is geen spoor meer terug te vinden buiten de stad die zijn naam draagt.

Wij zullen overwegen waarom de blanke man het land wil kopen. Wat wil de blanke man dan kopen, zal mijn volk vragen. Het is zo moeilijk te begrijpen voor ons. Hoe kun je de lucht kopen of verkopen, de warmte van de aarde, de snelheid van de antiloop? Hoe kunnen wij die dingen aan u verkopen en hoe kunt u dat kopen? Is de aarde van u om ermee te doen naar goeddunken, alleen omdat de rode man een stuk papier tekent en het geeft aan de blanke man?

Als wij zelf de prikkeling van de lucht en het kabbelen van het water niet kunnen bezitten, hoe kunt u het dan kopen? Kunt u een buffel terugkopen, als de laatste al gedood is ? Maar wij zullen uw aanbod overwegen, want we weten dat als we niet verkopen, de blanke man met zijn geweren komt en ons het land met geweld ontneemt. Maar wij zijn slechts primitieven en de blanke man, nog menend dat hij sterk is, denkt dat hij een god is, die de gehele aarde bezit. Hoe kan de mens zijn moeder bezitten?

Maar uw aanbod ons land te kopen, zullen wij overwegen. Dag en nacht kunnen niet samenleven.
Wij zullen uw aanbod overwegen om ons terug te trekken in het reservaat dat u voor mijn volk hebt bestemd. Wij zullen dan in afzondering leven, en in vrede. Het maakt niet veel uit waar wij de rest van onze dagen doorbrengen.

En zelfs de blanke man, wiens god hem als een vriend behandelt, kan niet ontkomen aan ons aller lot.
Maar misschien zullen we uiteindelijk allemaal broeders zijn. We zullen zien. Een ding weten we en de blanke man zal het eens ontdekken – onze god en uw god is dezelfde. U kunt nu wel denken dat u hem bezit, zoals u ons land wil bezitten, maar dat kunt u niet. Hij is de god van alle mensen en zijn hart klopt evenzeer voor de rode als voor de blanke man. Deze aarde is hem lief en het beschadigen van de aarde, betekent zijn schepper beledigen.

De superieure positie van de mens ten opzichte van de Aarde wordt verder versterkt door de vermelding dat mens geschapen is naar het beeld van God. Het scheppingsverhaal lijkt een stevig fundament te leggen voor een antropocentrisch wereldbeeld. De mens in het centrum van de schepping die hij gebruikt en domineert vanuit een goddelijke opdracht. Dit geschapen-zijn naar het beeld van God en staan-in-het-centrum van zijn schepping die we mogen gebruiken volgens hoe het ons uitkomt, roept lastige vragen op die we niet kunnen ontwijken wanneer we als christenen mee willen zoeken naar een oplossing voor de ecologische uitdagingen. Hebben we de Aarde gereduceerd tot wereld (ontdaan van elke vorm van transcendentie)  om op die manier een planetaire plundercampagne mogelijk te maken, een besloten biopolitieke ruimte waarbinnen populaties gedresseerd worden voor de circulatie van kapitaal en arbeid? Een ruimte die mensen gek maakt maar zonder dat ze dit weten, omdat alle energie verbruikt wordt om te concurreren, te woekeren, te circuleren. De scheppingsverhalen herlezen is dus een uitdaging voor wie zich christen noemt in de 21e eeuw.

God sprak: Nu laat ons mensen maken naar ons beeld, die op ons gelijken om te bestieren de vissen van de zee en de vogels van de hemel en de tamme dieren en heel de aarde, en al het kruipende op het land.

En God schiep de mens naar zijn beeld, beeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen.

God zegende hen en god sprak tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk, vervult de aarde en weest machtig over haar, bestiert de vissen van de zee en de vogels van de hemel al het levende dat over het land kruipt.

God sprak: Hier ik geef je de alle veldgewassen die hun zaad zaaien over heel het land alle bomen met hun vruchten vol zaad om van te eten. En voor al het levende des lands en voor alle vogels van de hemel en voor al wat kruipt over het land, voor alle levende wezens is alle veldgewas om van te eten. Zo geschiedde. God zag alles wat hij had gemaakt, het was goed, meer dan goed. Het werd avond, het werd morgen: de zesde dag. (Gn 1,26-31)

Toen was het dat JHWH god de mens boetseerde, stof van de akker, levensadem blies hij in zijn neus, en de mens werd een levende ziel. (Gn 2,7)

JHWH God nam de mens en plaatste hem in de tuin van Eden om deze te dienen en te behoeden. (Gn 2,15)

JHWH God sprak: Het is niet goed dat de mens alleen is. Ik zal een hulp voor hem maken die tegenover hem is. JHWH boetseerde uit de akker alle dieren levend in het wild en alle vogels van de hemel en hij deed hen komen naar de mens om te zien hoe die hen roepen zou- en zoals de mens elk levend wezen roept zo is zijn naam. De mens riep namen naar alle tamme dieren naar de vogels in de hemel en naar alle dieren levend in het wild. (Gn 2,18-20)

Eerst wil ik mij verontschuldigen omdat ik mij beperk tot enkele tekstfragmenten uit de scheppingsverhalen. Voor wie minder vertrouwd is met de Bijbel, kan ik  kort vertellen dat de redactie van de Hebreeuwse Bijbel tot stand kwam na de Babylonische ballingschap. Dit zijn geen verhalen over het begin der tijden, maar een dialoog tussen verschillende bronnen die pogen vorm te geven aan de lastige relatie tussen JHWH en zijn volk. Het eerste scheppingsverhaal was waarschijnlijk een gebed of een lied, dat gebruikt werd tijdens de rituele diensten. Het blijft echter een uitdaging om als mens van de 21e eeuw opnieuw in dialoog te gaan met deze oude teksten en je af te vragen welke betekenis je ze kan geven voor het hier en nu.

Beeld van God

Omdat de mens een beeld is van God, krijgt hij de opdracht met de schepping om te gaan zoals God met de schepping zou omgaan. Dit is dus geen verhaal van in bezit nemen, plunderen en onderwerpen maar het verhaal van een respectvolle, ethische en liefdevolle relatie: de mens is in deemoed, eerbied en solidariteit verantwoordelijk voor de instandhouding van de Aarde en als zijn bewoners; lucht, water,  planten dieren en mensen.

Draag vrucht, wordt overvloedig, vervult het land. (Gn 1,28)

De paradijselijke wereld is een bron van overvloed en niet van schaarste. Mathatma Gandhi schreef: ‘De wereld heeft genoeg voor ieders behoefte maar niet voor ieders hebzucht.’ De geschapen wereld draagt in zich de opportuniteit een bron te zijn van overvloed die wacht op zijn voltooiing. Paus Franciscus blijft ook in de encycliek worstelen met de invulling van ‘draag vrucht’. De Roomse traditie heeft het zeer lastig met de beheersing van de menselijke vruchtbaarheid terwijl we terecht de vraag mogen blijven stellen hoeveel menselijk leven de Aarde kan dragen en verdragen en aan hoeveel menselijk leven een menswaardig bestaan kan geschonken worden.

Vegetariërs?

Wat wellicht nog niemand is opgevallen, wat we nooit gehoord hebben of waar we over- gelezen hebben is vers 29:

Hierbij geef Ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde, dat zal jullie voedsel zijn. Aan de vogels in de hemel en aan de levende wezens die op aarde rondkruipen geef ik de groene planten tot voedsel.

In de ongeschonden wereld van het eerste scheppingsverhaal vloeit er geen bloed en is iedereen vegetariër. Verrassend actueel en confronterend wanneer we nu beginnen te beseffen wat het ecologisch effect is van de industriële overproductie en overconsumptie van dierlijk eiwit.

Heersen

Wat goed was op de zesde dag van de schepping, blijft ook goed op de zevende. Het heersen over de schepping zal dus door randvoorwaarden ingeperkt worden. Randvoorwaarden die we vergeten zijn? Alle levende wezens hebben recht op hun plaats om te leven, net als de bergen, de zeeën, de beken, het water, de lucht recht hebben op onbezoedeld leven. De mens is deelgenoot van de Aarde. Hij is naar Gods gelijkenis geschapen omdat hij de intenties, de wensdromen de plannen van God voor de Aarde zou mogen begrijpen. De schepping is een liefdesdaad van God, een onvoorwaardelijke gevende en delende liefde die ruimte laat voor alle leven dat hij geschapen heeft, een liefde die precies het volle leven toewenst aan het meest kwetsbare op aarde, de mensen met de minste mogelijkheden om zich staande te houden.

Onderwerpen

Onderwerpen kan door de mens fout worden begrepen, dan wordt het een vrijbrief voor het uitoefenen van macht, in menselijke termen: in bezit nemen, plunderen, uitbuiten, veroveren, kapitaal verzamelen, uitsluiten … en alle andere werkwoorden die een variatie verwoorden van hoe mensen macht uitoefenen op hun medemens en op de Aarde. Onderwerpen brengt geen leven maar uitsluiting en dood, en wendt de mens af van God. Allen, zowel de mens als de dieren, zijn door God geboetseerd uit aarde (ADAMAH), wat nogmaals ontegensprekelijk wijst op de door God gewenste verwantschap tussen alle levende wezens. De schepping, de tuin is toevertrouwd aan de mensen en hij mag die tuin bewerken en beheren. Bewerken (AVAD): dit veronderstelt een dienstbare houding ten aanzien van de schepping. Beheren (SJAMAR) is zorgzaam en zorgvuldig omgaan met het godsgeschenk dat de Aarde uiteindelijk is.

Namen geven

Het toekennen van namen aan alle planten en alle dieren toont hoe de mens aangemaand wordt om een relatie aan te gaan met alle medeschepselen. Deze naamgeving wordt als het ware gezegend door de belangstellende aanwezigheid van God. Namen geven schept een band en een engagement voor zorg. Voor mensen van de 21e eeuw is de natuur niet onmiddellijk een dreiging of een bron van onzekerheid, een draagster van een onvoorspelbaar noodlot. Integendeel, we we zijn quasi overtuigd de Aarde te kunnen beheersen, maar dreigen terzelfdertijd slachtoffer te worden van onze drang alles te willen beheersen en alles tot nut te maken. Tot een RNA-streng verpakt in een kunstige proteïnemantel ons weer met de voeten op de grond zet en ons confronteert met onze biologische kwetsbaarheid. De herlezing van de scheppingsverhalen vanuit het perspectief van onze eeuw helpt juist om de verhouding tussen ons en de Aarde opnieuw te definiëren.

Laudato Si’

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de encycliek uitgebreid ingaat op de scheppingsverhalen en de gevolgen van een foute lezing ervan. Geld verstikt de economie. Wanneer het maximaliseren van de winsten het enige voldoende is dan bekommert men zich niet om een betere verdeling van de rijkdom, een juist productieniveau, een verantwoorde zorg voor het milieu of de rechten van toekomstige generaties. De vrije markt alleen waarborgt niet een integrale menselijke ontwikkeling en maatschappelijke cohesie. De verkwistende en op consumeren gerichte doorgeschoten economische ontwikkeling staat in onaanvaardbaar contrast tot de aanhoudende situaties van menselijke ellende. De ganse encycliek blijft de Paus het verband aanhouden tussen het ‘globaal technologisch paradigma’, het liberaal economisch model van winstmaximalisatie, het verlies van maatschappelijke cohesie, de roofbouw op de Aarde, de vernietiging van de schepping en de armoede en uitsluiting van grote groepen mensen.

(Marc Lemiengre, Maart 2020)

Bibliografie

Willem Schinkel en Rogier van Reekum, De theorie van de kraal. Amsterdam, 2019.

Bruno Latour, Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime. Amsterdam, 2018.

Paus Franciscus, Laudato Si. Vertaling Nederlandse Bischoppenconferentie. Breda, 2015.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.