Kerstmis

Kerstmis vieren in 2016 zal moeilijk kunnen zonder de achtergrond van de vluchtelingenstromen overal ter wereld, en speciaal de mensen die bij ons hun toevlucht zoeken. Oosterhuis balt het samen:

Uit het duister hier gekomen
mensen van de wereldnacht
onbestemd verward in dromen
niet vermoedend wie hen wacht –
zoekend of een woord opgaat
als een ster van dageraad
In een sleur van ongenade
in elkaar verward en blind
slepen we ons voort ten kwade
als niet Een ons zoekt en vindt –
als niet Gij de nacht bezweert
onze gang ten goede keert.

In de Lier beginnen we de kerstwake met complete duisternis en zingen het begin van een kerstoratorium van Oosterhuis:

Hoe lang nog?
waar, waarom,
wie,
uit de diepte
wat zou ik roepen,
heb genoeg geroepen.

Jou
roep ik in het holste van de nacht
Ik roep: ‘Weer mij niet af!’
Je zwijgt.
Zwijg mij niet dood
Ik roep: ‘Verstoot mij niet
Zwijg me niet dood.’

Hoelang nog?

Die vragen komen uit de psalmen, die wij klaagpsalmen noemen. Niet te verwarren met boetepsalmen. Psalm 22 is zeer gekend en door de evangelisten gebruikt voor het passieverhaal. Je mag het in verband brengen met de vragen van het boek Job uit de wijsheidsliteratuur. Ricoeur schrijft dat die psalm uitgeschreeuwd is als een uiting van het ‘oerverdiet’ (Paul Ricoeur, Penser la Bible. Seuil, 1998). Niet langer wordt het lijden wegverklaard door een straf voor een schuldig leven, zoals profeten het meermaals verkondigen. Wanneer elke verklaring  voor het lijden tekortschiet, kan je gelovig of ongelovig die kreet van wanhoop roepen: ‘Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten?’

En wie zegt dat onder de aanwezigen bij de kerstwake geen mensen zijn die gebukt gaan onder dit oer-lijden? Mijn relatie met één van mijn petekinderen wordt deze dagen door een dreigend onheil van een operatie overschaduwd. Heeft de kerstboodschap een betekenis voor mij? Voor mijn familie? Voor gedetineerden? Voor iemand die weet dat het zijn laatste weken zijn? Als ik mag thuiskomen in een koor, dat met dit lied begint, voel ik mij betrokken en wil ik het ook in de gevangenis voor de gedetineerden op Kerstdag zingen.

Wat blijft is de aanzet op de confrontatie met een stilzwijgende, raadselachtige God. Mijn relatie met hem wordt op de proef gesteld, zoals Abraham met zijn zoon op weg naar de berg. ‘Laat God mij in de steek?’ En dan die tegendraadse kerstboodschap: ‘God is mens geworden!’ Hij neemt het standpunt in van de marginalen in de geschiedenis, ook nu. Kan dat? Tussen de herders, tussen de asielzoekers? Voor mij is daarom de viering in de gevangenis zo belangrijk. Je zit tussen het juiste publiek. En in de blijde boodschap zal ik de vlucht naar Egypte horen en de kindermoord, en ik zal herkennen wat nog vandaag aan de orde is.

De lichtkrant in de Magdalenakerk: doe als god. word mens!

Je zou de kerstboodschap kunnen lezen als een bericht over mij, over jou, over de gemeenschap vooral. Jij speelt een beslissende rol in het verhaal. Kan de mens zijn mens-worden  niet op eigen kracht uitvinden, zonder model? Als we het jaaroverzicht bekijken kennelijk niet. We zijn uitgenodigd om als God te worden, niet als slaven. Maar omdat de menswording voortdurend inhoudt keuzes te maken, reikt God ons de reisroute aan. Die weg gaat Jezus, sterven en verder leven. Dit verhaal spookt in ons hoofd en het vergt studie om bevrijd te worden van een fundamentalistische lezing, die kennelijk professor Vermeersch nog in de ban houdt. Hij loopt vijftig jaar achter de recente lezingen en interpretaties van de kerstverhalen. Ze zijn inderdaad legenden, maar dan in de Latijnse betekenis van legenda, absoluut lezenswaardig.

De ouverture van het evangelie trekt enkele thema’s naar voren die het leven van Jezus zullen kenmerken. Zeer actueel: dat de mens een zwervende vreemdeling op aarde is, aangewezen op de gastvrijheid van anderen. Zelfs een beetje land-loos. We kunnen niet het geboortefeest vieren en tegen de vreemdelingen zijn.

Jezus is een gewelddadige dood gestorven omwille van zijn liefdevolle gehoorzaamheid aan zijn Vader, die het geweld in de wereld met geweldloze weerbaarheid wil oplossen. De Bergrede zal zijn opdrachtverklaring zijn. Hij zal tussen de marginalen van de samenleving het mens-worden leren, vandaar die herders.

Als kerstwens mijn geliefd lied:

Een nacht dat pijlen niet verwonden
honden niet bijten
schapen vredig slapen
vuur niet zengt.
Die nacht zal hij geboren worden.
Er zullen engelen door het luchtruim zweven.
Hij draagt van mens en God de oudste namen:
zout honing woonstee schaduw morgenrood.

Patrick Perquy
(25 december 2016)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.